Kwalitatieve economische analyse invoedingstarief voor Energie-Nederland
Op basis van de huidige inzichten en voorgenomen vormgeving verwachten we dat een unilateraal, uniform invoedingstarief per saldo kostenverhogend werkt, voor zowel invoeders als afnemers. Een invoedingstarief maakt de verdeling van de netkosten dus niet ‘eerlijker’, het is op zijn best irrelevant, en verlaagt waarschijnlijk de welvaart. Kortom, de afnemer betaalt.
ACM heeft aangekondigd een invoedingstarief te willen invoeren. EnergieNL vroeg SiRM om een kwalitatieve analyse van de effecten van de invoering van een invoedingstarief voor het Nederlandse elektriciteitsnet. Deze analyse is gebaseerd op beschikbare economische literatuur en de verschillende processtukken bij de marktconsultatie.
ACM wil netkosten gelijker verdelen tussen invoeders (veelal producenten van elektriciteit) en afnemers (veelal consumenten). Een invoedingstarief draagt daar echter niet aan bij. Op langere termijn moeten invoeders hun kosten terugverdienen en zij zullen hogere kosten dus doorgeven (of stoppen). Afnemers betalen daardoor uiteindelijk de rekening, ongeacht bij wie het tarief initieel in rekening wordt gebracht. In een open, internationaal elektriciteitssysteem, is de verdeling van netkosten tussen Nederlandse en buitenlandse afnemers wel een vraagstuk. Echter, unilaterale invoedingstarieven zijn waarschijnlijk niet effectief om daarvoor te herverdelen.
Een invoedingstarief kan de welvaart verhogen als het aanzet tot efficiënt netgebruik en -aanleg. Daarvoor moet zo’n tarief de marginale netkosten die een invoeder daadwerkelijk veroorzaakt bij die invoeder in rekening brengen. Dat is in de praktijk (vooralsnog) niet of nauwelijks haalbaar. Voor de korte termijn marginale kosten – netverliezen en congestiekosten – is geen duidelijke veroorzaker aan te wijzen. Dat geldt ook voor lange termijn marginale kosten voor het net op land. Op zee zijn de lange termijn marginale kosten weliswaar beter aanwijsbaar, maar is toerekenen aan specifieke windkavels hoogstwaarschijnlijk niet efficiënt. Voor juiste prikkels zijn gedifferentieerde (capaciteit/volume, land/zee, locatie, netvlak, tijd) tarieven nodig. In de praktijk is dat (nog) niet haalbaar en strookt het bovendien niet met de Europese marktinrichting. Het beoogde uniforme invoedingstarief van de ACM prikkelt dus niet tot efficiënt netgebruik en -aanleg.
Of residuele kosten voor het netwerk bij invoeders of afnemers worden belegd, heeft in een gesloten systeem op termijn op zijn best geen effect op de welvaart. De kans op verstoringen, en daarmee een daling van de welvaart, is echter groot. Een verkeerd ontworpen tarief kan, zelfs in een gesloten systeem, de elektriciteitsmarkt verstoren. In een open economie benadeelt een invoedingstarief (goedkopere) Nederlandse producenten als omliggende landen, zoals Duitsland, geen dergelijk tarief kennen. Tot slot, leidt de regulatorische onzekerheid waar een invoedingstarief mee gepaard gaat waarschijnlijk tot hogere kapitaallasten voor elektriciteitsproducenten.